Het verschil tussen coeliakie, glutenallergie en gluten overgevoeligheid

Out of Africa
Sinds de landbouwrevolutie, zo’n 10.000 jaar geleden, zijn glutenbevattende granen zoals tarwe, rogge en gerst, een belangrijk onderdeel van de voeding geworden. Gedurende de laatste jaren is er steeds meer aandacht gekomen voor de relatie tussen gluten en sommige symptomen en ziekten. Het wereldwijd voor voorkomen van gluten gerelateerde aandoeningen wordt geschat op ongeveer 5%, wat de aandacht van de wetenschappelijke gemeenschap trekt. Enquêtes onder de algemene bevolking bevestigen dat steeds meer consumenten wereldwijd glutenbevattend voedsel mijden, ongeacht de aanwezigheid van een bekende ziekte of allergie. Overstappen op een glutenvrij dieet wordt vaak gezien als een verandering van levensstijl en niet persé als een overstap naar gezondere voeding.

Gluten

Gluten is het belangrijkste eiwit in tarwe, rogge en gerst. De oergranen bevatten nauwelijks gluten. Tijdens en na de landbouwrevolutie is de mens die oude granen gaan veredelen waardoor er op minder grond meer opbrengst te krijgen is, met minder kans op ziektes in de gewassen. Helaas bevatten veredelde graansoorten ook meer eiwitten zoals gliadine (gluten). Moderne, veredelde tarwerassen bevatten tot wel 500 x meer (en toxischer) gluten dan oude graanrassen.

Gluten hebben een imagoprobleem. Dat is niet geheel onterecht, want gluten kunnen ontstekingen uitlokken. Het merendeel van onze westerse ziektes wordt immers veroorzaakt door (laaggradige) ontstekingen. Er is ook een duidelijk verband tussen een verstoorde balans in de darmflora en het later ontwikkelen van glutenintolerantie. Maar gluten compleet verbannen uit ons voedingspatroon is niet de oplossing. Want hoe moeten we de dagelijks groeiende wereldbevolking voeden als we geen granen meer zouden eten? En laten we vooral niet vergeten dat volle granen heel belangrijk zijn om onze kostbare darmbacteriën te voeden! Bovendien zijn er granen die goede, volwaardige eiwitbronnen zijn, zoals kamut, haver en quinoa.

Bij de ontwikkeling en het verloop van gluten gerelateerde aandoeningen zijn verschillende mechanismen betrokken.

Coeliakie

(dit spreek je uit als: seu-lia-kìe)

Als je coeliakie opzoekt op het internet zul je meestal gelijk lezen dat dit een auto-immuunziekte is. Echter: coeliakie is geen allergie en strikt genomen ook geen auto-immuunaandoening, hoewel het immuunsysteem wel een rol speelt in het ziekteproces.

Bij coeliakie wordt een immuunreactie veroorzaakt door van gluten afkomstige eiwitten. Deze reactie vindt plaats in de dunne darm en leidt tot aantasting van het slijmvlies (met name de slijmvliesvlokken) van de dunne darm waarbij er problemen ontstaan met het opnemen van voedingsstoffen. Van de glutengerelateerde aandoeningen is coeliakie tot nu toe de bekendste: de genetische aanleg van patiënten en de relatie met andere immuunziekten zijn uitgebreid bestudeerd.

Bij 98% van de coeliakie-patiënten zijn veranderingen in het DNA gevonden. Ze zijn dragers van varianten in de DQ2 en DQ8 genen. Dit verklaart ook het verhoogde risico op coeliakie bij eerstegraads familieleden (de ouders en kinderen van een persoon) van een patiënt. Ten slotte spelen darminfecties ook een rol: een infectie veroorzaakt weefselbeschadiging, waardoor bij een eerste contact met gluten het ziekteproces van coeliakie in gang gezet kan worden. Bij contact met gluten wordt het immuunsysteem van de patiënt dan geactiveerd. Hierdoor worden antilichamen gevormd tegen gliadine (= onderdeel van gluten) en daarnaast (als ‘bijproduct’) ook tegen een lichaamseigen eiwit, het transglutaminase. Dat komt vrij bij weefselbeschadiging en veroorzaakt het immuunproces dat de vlokken van het slijmvlies in de dunne darm beschadigt met de bekende symptomen tot gevolg.

Bij coeliakie zijn er geen mooie darmvlokken in het slijmvlies aanwezig. Het oppervlak van het totale slijmvlies neemt daardoor aanzienlijk af en daarmee ook het vermogen om voedingsstoffen te kunnen opnemen.

Coeliakie komt voor bij ongeveer 1 op de 100 personen. De klassieke symptomen zijn een combinatie van diarree, gewichtsverlies en ondervoeding, waarbij een slechte opname van ijzer, vitamine B12 en calcium optreedt. Niet-klassieke kenmerken zijn onder andere symptomen van het prikkelbare darm syndroom (PDS). In het verleden waren de meeste patiënten met de diagnose coeliakie kinderen met ernstige gezondheidsproblemen, maar de laatste jaren is er ook een toename in het aantal diagnoses bij volwassenen. Coeliakie wordt in verband gebracht met andere aandoeningen, zoals diabetes type I, schildklierontsteking en leverontsteking.

De diagnose coeliakie wordt gesteld op de combinatie van de symptomen bij de patiënt, bloedonderzoek en een scopie van de maag waarbij biopten (hapjes) van het dunne darmslijmvlies genomen worden, die onder de microscoop bekeken kunnen worden. Een bloedtest kan vaststellen of er antistoffen tegen gluten in het bloed aanwezig zijn. Onder de microscoop kan afvlakking van de darmvlokken gezien worden. Bij kinderen wordt de scopie vaak achterwege gelaten omdat het voor hen een vervelend en belastend onderzoek is. Als de diagnose coeliakie is vastgesteld bestaat de behandeling uit het volgen van een levenslang glutenvrij dieet.

Glutenallergie (intolerantie)

Glutenallergie is een heel ander soort reactie van het immuunsysteem op eiwitten in tarwe en verwante granen. De eiwitten uit bijvoorbeeld tarwe, het gliadine en/ of het glutenine, zorgen voor een reactie waarbij immunoglobulinen aangemaakt worden door het immuunsysteem. Dit is dus een soort ontstekingsreactie die kan leiden tot echte allergische reacties zoals misselijkheid en buikpijn, diarree en een opgeblazen gevoel, netelroos (galbulten) of eczeem en bronchitis of astma. Een glutenallergie wordt vooral gezien bij kinderen die er vaak overheen groeien op de schoolleeftijd, net als bij een ei- of melkallergie.

De diagnose wordt gesteld door bloedonderzoek te doen. Bij coeliakie wordt getest op IgA antistoffen. Bij verdenking op een glutenallergie wordt er getest op IgE antistoffen in het bloed. Er is dan namelijk sprake van een voedselallergie en geen verregaande reactie van het gehele immuunsysteem.

Glutengevoeligheid

Een derde type reactie op gluten is de glutengevoeligheid. Patiënten die daar last van hebben, krijgen klachten direct na het eten van voeding waar gluten in zit. Deze bestaan uit buikpijn, een opgeblazen gevoel en/ of een veranderde stoelgang. Andere lichamelijke klachten zijn vermoeidheid, hoofdpijn, bot- of gewrichtspijn, stemmingsstoornissen en huidverschijnselen (bijv. eczeem of huiduitslag). De symptomen volgen meestal onmiddellijk na het eten van gluten. De klachten gaan vanzelf over en zijn er niet als er geen gluten gegeten wordt. Bij bloedonderzoek worden er geen afwijkingen gevonden en in ontlastingsonderzoek meestal ook niet. De diagnose kan eigenlijk alleen gesteld worden als coeliakie en/of glutenallergie niet aangetoond kunnen worden en de klachten verdwijnen als gluten in de voeding vermeden worden.

Ontlastingsonderzoek bij vermoeden coeliakie of glutenallergie

Bij een glutenintolerantie vormt het lichaam antistoffen tegen de gluten (anti-gliadine IgA) en ook tegen eigen weefsels (anti-transglutaminase IgA). Deze stoffen kunnen in de ontlasting gemeten worden.

Transglutaminase is een enzym dat door het darmweefsel wordt geproduceerd. Het enzym zorgt voor de stabiliteit van het weefsel. Het maakt verbindingen tussen eiwitten. Als het weefsel wordt beschadigd, zoals bij coeliakie, dan komt er transglutaminase vrij. Dit kan bindingen tussen gliadines veroorzaken of zelf met gliadine binden. Zo ontstaan er eiwitverbindingen die door het lichaam als vreemde stoffen (antigenen) worden herkend en de productie van antistoffen veroorzaken. Een verhoogd gehalte aan anti-transglutaminase in de ontlasting is typerend voor patiënten met coeliakie. Het anti-transglutaminase onderzoek wordt uitgevoerd ter bevestiging van een verhoogd anti-gliadine gehalte.

Kortom: een verhoogd anti-gliadine toont een gluten-allergie aan, een verhoogd anti-transglutaminase IgA toont de kans op coeliakie aan.

Meer lezen over het darm microbioom doe je hier

Wil je meer weten over hoe de behandeling in mijn praktijk gaat? Klik dan hier

Ik ontvang graag de nieuwsbrief